Balans en toelichting op de balans

Vaste passiva

Grondslag:
In artikel 44 BBV is opgenomen wanneer voorzieningen moeten worden gevormd. In artikel 45 BBV is opgenomen dat rentetoevoegingen aan voorzieningen niet zijn toegestaan.
De onderhoudsegalisatie­voorzieningen komen overeen met een meerjaren beheerplan voor het groot onderhoud dat gebaseerd is op het kwaliteitsniveau dat door de raad is vastgesteld. In de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” die is opgenomen in het jaarverslag wordt hier op ingegaan.

Saldo per 01-01-2025

Toevoegingen

Aanwending/ vrijval

Saldo per 31-12-2025

Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's

Pensioenen en wachtgelden

3.979.279

838.447

362.357

4.455.368

Verlofsparen

39.583

6.250

0

45.834

RVU Regeling

62.329

30.390

34.433

58.286

Voorzieningen ter egalisering van kosten

Onderhoud woningen en gebouwen

1.375.942

1.128.761

1.165.275

1.339.429

Baggerplan

680.986

150.000

269.552

561.433

Onderhoud wegen

886.898

2.173.000

1.262.274

1.797.624

Onderhoud bruggen en beschoeiingen

346.677

150.000

204.577

292.100

Eigenarenonderhoud sportpark

588.884

207.178

387.180

408.883

Voorzieningen van middelen van derden, waarvan de bestemming gebonden is

Onderhoud graven

727.397

122.764

604.633

Voorziening riolering

1.462.585

188.798

1.651.383

Afvalstoffen

1.096.779

149.234

0

1.246.013

Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvan een heffing wordt geheven

Vervangingsinvestering riolering

4.180.270

922.751

106.761

4.996.260

Totaal

15.427.608

5.944.810

3.915.172

17.457.246

Toelichting per voorziening

Pensioenen en wachtgelden

Volgens het BBV moet de hoogte van de voorziening pensioenen en wachtgelden gelijk zijn aan de onderliggende verplichtingen.

De onderliggende verplichtingen bestaan uit de volgende drie categorieën:

  • Pensioenen voormalig bestuurders: aangegane (toekomstige) pensioenverplichtingen in eigen beheer, gebaseerd op actuariële berekeningen.
  • Wachtgelden bestuurders: aangegane (toekomstige) wachtgeldverplichtingen gebaseerd op wettelijke bepalingen.
  • Wachtgelden personeel: aangegane (toekomstige) wachtgeldverplichtingen, waar formele besluiten aan ten grondslag liggen.

De totale uitgaven uit de voorziening bedroegen € 362.357. Dit bedrag bestaat uit uitgekeerde pensioenen, wachtgelden en WW-uitkeringen.

Per 1 januari 2028 moeten de pensioenen van de politieke ambtsdragers verplicht worden ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Dit is het pensioenfonds voor de overheid en en onderwijs. Tot dat moment is de gemeente verantwoordelijk voor de pensioenuitvoering. De gemeente heeft hiervoor verplicht een voorziening gevormd. In de jaarrekening moet per 31 december 2025 de hoogte van de voorziening worden bepaald. Deze moet voldoende zijn voor inbreng per 1 januari 2028 in het ABP. Hiervoor wordt een actuariële berekening opgesteld waarbij verplicht een door het Ministerie van Binnenlandse Zaken voorgeschreven rentepercentage wordt gebruikt. Dit percentage is in 2025 bepaald op 2,954%. Daarnaast is er bij het ABP sprake van een hogere dekkingsgraad dan 100%. Om te voorkomen dat de dekkingsgraad van het ABP daalt ten gevolge van de inbreng van de politieke ambtsdragers van de gemeenten moet de gemeente ook de overdekking (het deel boven 100%) vergoeden aan het ABP. De overdekking bedraagt 23,5%. Door de toepassing van 2,954% rente en de overdekking van 23,5% moet de gemeente in 2025 een dotatie aan de voorziening doen van € 838.447.De waarde van de pensioenen van de politieke ambtsdragers bedraagt per 31 december 2025 € 4.496.170. Van dit bedrag ontvangt de gemeente nog € 69.904 terug van een verzekeraar waar het pensioen van een oud-wethouder is ondergebracht. Daar wordt in de voorziening rekening mee gehouden.

Het is niet uitgesloten dat er tot de overdrachtsdatum van 1 januari 2028 door gewijzigde rente- en overdekkingspercentages meer dotaties dienen plaats te vinden. Op dit moment is dat niet inzichtelijk te maken.
De stand van de voorziening in totaal bedraagt € 4.455.368. Hiervan is € 4.426.266 bestemd voor de pensioenen politieke ambtsdrager (€ 4.496.170 minus 69.904), € 22.774 voor wachtgeld van wethouders en € 6.328 voor ww-uitkeringen.

Verlofsparen

Sinds 2022 moet er een voorziening gevormd worden voor verlofsparen volgens het BBV. Wanneer werknemers meedoen met verlofsparen, dat wil zeggen het opsparen van bovenwettelijk verlof onder de nieuwe regeling, zorgt dit voor een arbeidskostengerelateerde verplichting van onvoorspelbare aard.
Het totaalbedrag van gespaarde verlofuren per 31 december 2025 bedroeg € 45.834. Om dit niveau te bereiken is er € 6.250 gedoteerd aan de voorziening verlofsparen. In 2025 wordt nog geen gebruik gemaakt van de regeling zodat geen bedragen worden onttrokken.

RVU Regeling

In 2024 heeft er een wijziging plaatsgevonden in de CAO Gemeenten, waarbij de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) is opgenomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. Aangezien de ex-medewerker in die periode geen activiteiten voor de gemeente verricht, maar de gemeente wel een financiële verplichting heeft tegenover de ex-medewerker en de fiscus, moet er volgens de BBV een voorziening worden gevormd. Deze voorziening geldt voor de deelnemende medewerkers vanaf het moment van ontslagname tot aan de AOW datum.
In 2025 is er voor € 34.433 gebruik gemaakt van de RVU. Om de voorziening aan te sluiten op medewerkers die deelnemen aan deze regeling is een dotatie van € 30.390 gedaan. Hiermee is het saldo per 31 december 2025 € 58.286.

Voorziening onderhoud woningen en gebouwen

De voorziening is in 2025 opnieuw geactualiseerd. Het beheerplan is opgesteld voor de periode tot en met 2035. Deze voorziening omvat zowel het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor groot onderhoud als het duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP), gericht op het waar mogelijk verbeteren van de panden naar energielabel A. De raad wordt periodiek een voorstel gedaan voor een pand dat op basis van het DMJOP naar energielabel A wordt gebracht.

Uit de bureauactualisatie van 2025 is gebleken dat de jaarlijkse dotatie vanaf 2025 met € 10.000 moet worden verhoogd om het onderliggende (D)MJOP volledig te dekken. Deze verhoging wordt vastgesteld in de Voorjaarsnota 2026 en de Kadernota, zodat de dotatie structureel wordt verwerkt.
De totale dotatie in 2025 bedraagt, inclusief ontvangen subsidies voor uitgevoerd groot onderhoud,
€ 1.128.761. In 2025 is € 1.165.275 aan de voorziening onttrokken voor groot onderhoud. De stand van de voorziening bedraagt daarmee per 31 december 2025 € 1.339.428.

Baggerplan

De raamovereenkomst is in 2024 opgesteld op basis van de planning van het Baggerplan 2020-2029. Uit de baggeronderzoeken die zijn uitgevoerd ter voorbereiding van de raamovereenkomst, is een aangepaste versie van de planning gemaakt met de meest actuele in peilingen. Om deze reden wordt voor de uitvoering van de raamovereenkomst de planning tot en met 2027 aangehouden, in plaats van de planning uit het oorspronkelijke beheerplan 2020-2029. In 2025 is een nieuw baggerplan geactualiseerd voor de periode 2025-2034. Dit plan is afgerond, maar nog niet vastgesteld in de raad.
Op dit moment wordt jaarlijks € 100.000 gestort in de voorziening Baggeren. Na de oplevering van het nieuwe Baggerplan 2025-2034 is een financiële doorkijk gemaakt. Hieruit is gebleken dat de voorziening structureel met € 50.000 verhoogd moet worden om te zorgen dat de benodigde werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Deze verhoging wordt vastgesteld in de Voorjaarsnota 2026 en de Kadernota, zodat de dotatie structureel wordt verwerkt. In totaal is € 150.000 gestort in de voorziening en € 269.552 onttrokken. Het saldo van de voorziening bedraagt per 31 december 2025 € 561.443.

Onderhoud wegen

Groot onderhoud aan wegen mag niet geactiveerd worden. Groot onderhoud komt daarom ten laste van de voorziening wegen op basis van een beheerplan. Klein onderhoud wordt rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht.  De jaarlijkse storting van € 1.000.000 is gebaseerd op de geprognosticeerde onderhoudskosten voor een periode van vijf jaar (2025-2029). Deze storting is bij raadsbesluit van september 2025 opnieuw vastgesteld op basis van het Beheerplan Wegen 2025-2029. Het programma wordt jaarlijks geactualiseerd door middel van een bureau-actualisatie. In 2025 heeft de raad besloten tot een extra dotatie van € 1,5 miljoen. Deze extra dotatie is bedoeld voor het achterstallig onderhoud van drie wegen die oorspronkelijk waren opgenomen in het krediet van Samen naar 30 (voorheen WCP). Deze extra dotatie wordt in de jaren 2025-2029 toegevoegd aan de voorziening wegen. In 2025 zijn voor deze drie wegen nog geen kosten gemaakt.De verdeling van de dotatie van € 1,5 miljoen is als volgt;
2025 - Dotatie SN 30 van € 1.150.000
2025 - Dotatie SN 30 van  €     23.000      
2026 - Dotatie SN 30 van €    250.000
2026 - Dotatie SN 30 van €      23.000 (deze dotatie komt ook in de jaren 2027-2029)

De totale storting over 2025 bedraagt € 2.173.000 en de onttrekking bedraagt € 1.262.274. Het saldo per 31 december 2025 bedraagt € 1.797.624.

Onderhoud bruggen en beschoeiingen

In 2007 is de voorziening onderhoud bruggen ingesteld, omdat groot onderhoud niet geactiveerd mag worden. Vanaf 2013 is de voorziening uitgebreid met beschoeiingen. In 2020 heeft een inspectie plaats gevonden waaruit naar voren is gekomen dat er verdiepend onderzoek naar de constructieveiligheid van beschoeiingen nodig is. Dit onderzoek is gestart in 2021. Deze actualisatie en de bureau-actualisatie in 2022 heeft uitgewezen dat de voorziening toereikend is voor de uitvoering van het onderliggende meerjarenonderhoudsplan. Op basis van de huidige beheerplan Op dit moment wordt jaarlijks € 150.000 in de Voorziening Bruggen en Beschoeiingen gestort. Na de inspecties in 2025 wordt in 2026 een nieuw beheerplan opgesteld (met financiële onderbouwing van 5 jaar) en wordt de hoogte van de storting zo nodig bijgesteld. De onttrekking 2025 bedroeg € 204.577. Daarmee komt de stand van de voorziening per 31 december 2025 op € 292.100.

Eigenarenonderhoud sportpark

In 2025 is er voor een bedrag van € 387.180 aan onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Daarnaast is een bedrag van € 207.178 gedoteerd aan de voorziening. In 2025 is gestart met de voorbereiding van het verduurzamen van het sportcentrum. Deze verduurzaming wordt gefaseerd uitgevoerd. De daaraan gelieerde onderhoudswerkzaamheden uit het meerjarenonderhoudsplan worden tegelijkertijd uitgevoerd met de verduurzaming van het sportcentrum om onnodige sluiting van het sportcentrum te voorkomen. Het saldo per 31 december 2025 bedraagt € 408.883.

Onderhoud graven

Afkoopsommen voor onderhoud graven worden gestort in deze voorziening en verrekend met de onderhoudskosten van de begraafplaats. Deze voorziening is verplicht, omdat het hier gaat om gelden van derden voor het uitvoeren van het onderhoud gedurende een vooraf overeengekomen periode. In 2023 is  een beheerplan onderhoud opgesteld. In 2025 is sprake van een negatief resultaat op het onderhoud van de begraafplaats van € 122.725. Dit bedrag is onttrokken aan de voorziening. Het saldo van de voorziening is per 31 december 2025 € 604.672.

Riolering

Vanaf 2022 is het Programma Water Bloemendaal en Heemstede 2022-2026 de basis van deze voorziening. Het resultaat van de rioleringsexploitatie (heffing minus kosten) wordt verrekend met de voorziening. In 2025 is een bedrag van € 188.798 (dit is het resultaat van de rioolexploitatie 2025) gestort in de voorziening. Voor een overzicht van deze exploitatie wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. De stand van de voorziening per 31 december 2025 is € 1.651.383.

Afvalstoffen

Met deze voorziening wordt het exploitatieresultaat afval (heffing minus kosten) verrekend. In 2025 wordt € 149.234 gestort in de voorziening afvalstoffenheffing. Deze storting is het gevolg van lagere lasten dan begroot. Voor een overzicht van deze exploitatie wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. De stand van de voorziening per 31 december 2025 is € 1.246.013.

Vervangingsinvesteringen (onderhoud) riolering

Deze voorziening dient ter egalisatie van de kosten voor vervangingsinvesteringen riolering en zou met ingang van 2023 benut worden. Om dit mogelijk te maken heeft de raad op 27 juni 2013 besloten deze voorziening te vormen. Vanaf 2014 vinden de stortingen plaats: het eerste jaar € 70.000, het tweede jaar € 140.000, het derde jaar € 210.000, enzovoort. Vanaf 2022 is het in 2021 vastgestelde Programma Water 2022-2026 (A-stuk) de grondslag van deze voorziening. De investeringen die ten laste worden gebracht van deze voorziening starten vanaf 2024.  In 2025 is € 922.751 gestort en € 106.761 onttrokken. De stand van de voorziening per 31 december 2025 is € 4.996.260.

Deze pagina is gebouwd op 07/20/2026 16:48:15 met de export van 07/20/2026 16:42:54