Home

Inleiding

De volgende tabel geeft het resultaat 2025 per programma weer.

plus = nadeel, min = voordeel

Bedragen x € 1.000

Begroting
2025

Rekening 2025

Verschil

0

Bestuur en ondersteuning

-38.862

-40.392

-1.530

1

Veiligheid

3.023

2.979

-43

2

Verkeer, vervoer en waterstaat

2.365

2.086

-279

3

Economie

231

217

-14

4

Onderwijs

3.180

3.082

-98

5

Sport, cultuur en recreatie

7.321

7.411

90

6

Sociaal domein

21.202

19.461

-1.741

7

Volksgezondheid en milieu

-2.180

-1.780

400

8

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

1.578

1.647

68

9

Raad

958

1.001

43

Totaal

-1.184

-4.287

-3.104

De volgende tabel "rekeningresultaat 2025 op hoofdlijnen" geeft op hoofdlijnen de posten (gemeentebreed) weer die leiden tot het resultaat 2025. Tevens wordt aangegeven of het een structureel dan wel incidenteel resultaat betreft. De tabel sluit aan op het raadsinformatiebericht "belangrijke mutaties in rekeningresultaat 2025" dat de raad in maart ontvangen heeft, vooruitlopend op de jaarrekening. In dat raadsinformatiebericht is ook gemeld waarom mutaties niet eerder in de P&C cyclus zijn verwerkt.

Rekeningresultaat 2025 op hoofdlijnen

In de volgende tabel zijn de verschillen van € 100.000 of meer opgenomen.

Hierna vindt u per post een toelichting.

1. Pensioenen APPA (€ 840.000 incidenteel nadeel)

Per 1 januari 2028 worden de pensioenen van bestuurders die onderhevig zijn aan de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) verplicht ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Tot dat moment is de gemeente verantwoordelijk voor deze pensioenuitvoering. Dit betreft nadrukkelijk alle huidige én voormalige politieke ambtsdragers. De gemeente heeft hiervoor verplicht een voorziening gevormd. In de jaarrekening moet per 31 december 2025 de hoogte van de voorziening worden bepaald aan de hand van een actuariële berekening, zodat deze voldoende is voor inbreng in het ABP. Hierbij schrijft het ministerie het te gebruiken rentepercentage voor. Op basis van de renteberekening moet de gemeente een extra dotatie aan de voorziening doen van € 840.000. Dit is een incidenteel nadeel in 2025.
Het is niet uitgesloten dat er tot de overdrachtsdatum van 1 januari 2028 door gewijzigde rentepercentages meer dotaties dienen plaats te vinden. Op dit moment is dat niet inzichtelijk te maken.

2. Trainees (€ 174.000 incidenteel voordeel)

In de begroting werd rekening gehouden met kosten voor trainees. De inzet van trainees werd echter afhankelijk gesteld van een evaluatie waardoor dit bedrag niet is uitgegeven.

3. Meerjarig vervangingsplan ICT (€ 198.000 incidenteel voordeel)

Dit betreft implementatielasten die boekjaar overschrijdend zijn. Op grond van het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) mag op deze lasten niet worden afgeschreven en is verwerking in het investeringsprogramma niet mogelijk. De onderschrijding in 2025 komt weer terug als lasten in 2026 en wordt verwerkt in de voor- en/of najaarsnota 2026.

4. Gemeenschappelijke Regeling Digitale Informatievoorziening en Technologie (GR DIT) (€ 145.000 incidenteel voordeel)

De exploitatie van de GR DIT sluit met € 225.000 voordelig. Hiervan wordt € 80.000 via budgetoverheveling meegenomen naar 2026 voor lopende projecten in het sociaal domein.

5. Loon-prijsindexatie (LPO) 2025 (€ 179.000 incidenteel voordeel)

De loon-prijsindexatie 2025 (dit is een compensatie hiervoor van het Rijk die via het gemeentefonds wordt ontvangen) is in 2025 niet volledig ingezet. Vanaf 2026 is dat wel nodig gebleken, zodat het in 2025 vrijvallende deel een eenmalig voordeel oplevert.

6. Compensatie Jeugdzorg (€ 637.000 incidenteel voordeel)

Binnen het sociaal domein hebben we te maken met een éénmalige compensatie achteraf van het rijk. Ruim € 1 miljoen voordeel is ontstaan uit de compensatie in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds van de hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024. Deze middelen vallen vrij in de jaarrekening 2025, maar in de volgende boekjaren is inzet mogelijk noodzakelijk. Onder het deel resultaatbestemming wordt hier verder op ingegaan. De mutatie ontstaat in 2025, omdat de reserve sociaal domein is opgeheven. Vóór opheffing van deze reserve zou de compensatie met deze reserve zijn verrekend en op die manier beschikbaar zijn gebleven voor het doel waarvoor de middelen zijn uitgekeerd.
De volledige compensatie bedraagt € 1.003.000.  Hiervan valt € 637.000 vrij onder dit taakveld 0.8 Overige baten en lasten en € 366.000 onder programma 6, taakveld 6.75 Jeugdhulp ambulant regionaal.

7. Wet open overheid (€ 155.000 incidenteel voordeel)

Voor de uitvoering van de Wet Open Overheid wordt in het gemeentefonds een vergoeding ontvangen. In 2025 was het niet nodig de vergoeding aan te wenden en zijn de lasten binnen bestaand budget verwerkt.

8. Precariobelasting (€ 125.000 incidenteel voordeel)

In 2025 is een incidenteel extra opbrengst in precario ontstaan voor het gebruik van circa 750 m2 gemeentegrond. Dit leidt tot een incidenteel voordeel van € 0,1 miljoen.

9. Gebundelde uitkering (BUIG) (€ 383.000 incidenteel voordeel)

Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Het definitieve verdeelmodel van dit landelijke budget wordt pas laat definitief en kon niet worden meegenomen bij de opstelling van  de najaarsnota. Hierop is € 383.000 voordeel ontstaan.

10. (WSW) Spaarne Werkt (€ 127.000 incidenteel voordeel)

De eindafrekening over 2024 van Spaarne Werkt is verwerkt in 2025. De afrekening bedroeg € 127.000 voordelig.

11. (Arbeidsparticipatie) Spaarne Werkt (€ 316.000 incidenteel voordeel)

Spaarne Werkt heeft het tekort op beschut werk nog niet in rekening gebracht bij de gemeenten, omdat de discussie nog loopt of de gemeente dat tekort wel moet financieren. Formele besluitvorming hierover vindt in 2026 plaats. Daarnaast is in de begroting 2025 van Spaarne Werkt het “beschut werk” te hoog geraamd. Heemstede houdt in de eigen begroting de bijdrage 2025 uit de begroting van Spaarne Werkt aan.

12. Compensatie Jeugdzorg (€ 366.000 incidenteel voordeel)

Voor de toelichting wordt verwezen naar punt 6 compensatie Jeugdzorg.

13. Woning Herenweg 20 (€ 500.000 incidenteel nadeel)

In de begroting werd nog uitgegaan van verkoopopbrengst in december 2025. De verkoop vond echter plaats in januari 2026. In 2025 ontstaat hierdoor een incidenteel nadeel. In de voorjaarsnota 2026 wordt de verkoopopbrengst in de begroting 2026 verwerkt en ontstaat hierdoor in 2026 een incidenteel voordeel.

14. Leges omgevingswet (€ 550.000 incidenteel voordeel)

In het 4e kwartaal 2025 zijn projecten gestart waarvoor leges verschuldigd was. Dit leidt tot een voordeel van € 550.000 op de leges Omgevingswet waarop in de begroting nog niet werd gerekend.

15. Begrotingssaldo 2025 (€ 1.184.000 voordeel)

In de voor- en najaarsnota en in afzonderlijke raadsbesluiten worden mutaties op de primaire begroting besloten door de raad. Deze raadsbesluiten leiden tot een voordeel van € 1.184.000 waarbinnen zowel incidentele als structurele baten en lasten vallen. De mutaties zijn tevens onderdeel van het rekeningsaldo. Structurele baten en lasten zijn reeds verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026-2029. Een groot deel van het voordelige saldo (€ 684.000 voordelig) in 2025 ontstaat uit kapitaallasten van investeringen (rente en afschrijving). Niet alle investeringen vinden overeenkomstig de raming plaats maar vinden in latere boekjaren plaats. Hierdoor verschuiven de kapitaallasten ook naar latere boekjaren.

16. Salarissen (€ 192.000 incidenteel voordeel)

Een deel van de salarislasten kon onder een subsidie 2025 van het Rijk worden gebracht waardoor de dekking van de salarislasten voor de gemeente hoger uit is gevallen.

17. Voorgestelde budgetoverhevelingen (€ 621.000 incidenteel voordelig)

Bij de jaarrekening kunnen sommige budgetten worden overgeheveld van 2025 naar 2026 (resultaatbestemming), omdat uitvoering begin 2026 plaats zal vinden; of omdat de start in 2025 is, maar de afronding en oplevering pas in 2026. De raad besluit bij de vaststelling van de jaarrekening 2025 ook over de overheveling van budgetten. Een gespecificeerd overzicht van de posten uit de budgetoverheveling is opgenomen in de tabel budgetoverheveling onder "voorstel tot resultaatbestemming 2025".

Deze pagina is gebouwd op 07/20/2026 16:48:15 met de export van 07/20/2026 16:42:54